Is dat een beestje? Wordt je daar ziek van?

Aan het begin van het strand staat een bordje…
Maximum snelheid: 90 M.P.H.

Het is 14 december 2002 en we scheuren over the 90-miles beach. Met een bus zijn we op weg naar Cape Reigna, het noorderlijkste puntje van Nieuw Zeeland. Deze dag is, om vele redenen, eentje om nog vaak aan terug te denken. Een van die redenen is dat ik hier voor het eerst de term travelbug hoor.
Het is een all-American girl uit LA die deze term laat vallen, in het standaard kennismakingsgesprekje. Wie ben je? Waar kom je vandaan? Wat heb je al gezien? Waar ga je nog naartoe? Dat zijn de vragen waar je bij iedere reiziger mee aan kunt komen. Iedereen verteld namelijk graag over de mooie dingen die hij al gezien heeft en schept graag op over hoe lang hij nog te gaan heeft.
De vraag hoe lang wij al bezeten zijn door de travelbug doet mij en Mitsu in eerste instantie onbegrijpend opkijken. Travelbug? Is dat een beestje? Wordt je daar ziek van? Na een korte uitleg wisten we wat er bedoeld werd.

De travelbug of het reisvirus is inderdaad een ziekte…
Het kriebelt en jeukt. En juist op de momenten dat je denkt dat je volledig genezen bent steekt het de kop op. Oude albums worden afgestoft en reisdagboeken weer opengeslagen. Je spreekt een avondje af met je reisgenoten en gaat samen herinneringen ophalen aan verre oorden en memorabele avonden. En dan gaat het van kwaad tot erger. Waar je eerst alleen een beetje kriebels had wordt dat nu een vervelende jeuk. Er is nog zoveel te zien!
Surfend op het wereldwijdeweb sta je met 1 been op de Mount Everest en lig je bijna weg te dromen op een hangmatje, uitkijkend over witte palmstranden. De cocktails kan je al ruiken. De eerste voorzichtige stappen worden gezet, een bestemming wordt gekozen.
Wordt het deze keer Zuid-Amerika, waar de Maya’s en de Inca’s vechten om je aandacht? Is Afrika nu aan de beurt, om samen met de Bosjesmannen op “the big five” te gaan jagen? Ga je naar Azië, waar je over de tempels struikelt en met je billen op de grote muur beland? Of misschien toch weer Australië? Of…?

Soms blijft het bij een vakantie, want je moet ook geld verdienen, huis betalen en carrière maken. En zo’n vakantie houdt het beestje wel even stil. Even is het weer voldaan. Je hebt nieuwe ervaringen, andere dingen gezien. Als die vakantie dan wat meer in de vergetelheid begint te raken dan steekt dat virus weer de kop op. Het jeuken begint weer van voor af aan. Er moeten weer plannen gemaakt worden voor de komende reis. Alleen, het is niet altijd genoeg. Er is zoveel te zien in deze wereld. Veel meer dan dat er mogelijk is in 4 weken per jaar. Mijn travelbug houdt zich al tijden niet meer stil. Het virus leeft zich flink uit in mijn lijf. Het jeukt. Het schreeuwt…

“Het is tijd, je moet gaan” zegt het beestje.
En dat doe ik dus ook.

Gaje met me mee?
KLIK!

22 September 2010
By on 12:34
‘s Ochtends

Ik ben geen ochtendmens. Nooit geweest, gaat nooit gebeuren. Mijn hersenen beginnen pas te werken na een uurtje of 10, om het over mijn humeur voor dat tijdstip maar niet te hebben. Ik ben vaak niet te genieten ‘s ochtends. Dat is, als je me wakker krijgt. Ik ben namelijk zo’n persoon die vast slaapt. Heel vast slaapt. Ik slaap regelmatig door de wekker heen. Dan hoor ik hem gewoon niet, of, wat vaker gebeurd, de wekker gaat deel uitmaken van mijn droom. Want dromen doe ik. En dan droom ik bijvoorbeeld over een discotheek ofzo, met van die harde muziek. Wat dan eigenlijk de wekker was. En ik heb ook nog de neiging om te praten in mijn slaap. Dus ik heb al regelmatig tegen iemand gezegd dat ik klaarwakker was en zo uit bed zou komen, al slapende. Zelfs rechtop in bed zitten, en een gesprek voeren met iemand zijn dingen die ik (blijkbaar) slapend kan. En iemand anders ziet het verschil blijkbaar niet…

In de winter is het vaak erger dan in de zomer. Dat heeft natuurlijk alles met licht te maken. Wil je mij in de winter het bed uitkrijgen? Doe maar niet… Of zorg dat je stevig in je schoenen staat. Wat behalve vloeken en mopperen heb ik de neiging om nare verwensingen naar de schuldige te slingeren. De sfeer in huis was de afgelopen maanden (‘s ochtends) niet echt prettig te noemen. daar hebben ze allemaal technische snufjes voor bedacht. Zo hebben wij natuurlijk een wake-up-light in huis. En ik moet toegeven dat, ondanks dat ik nog steeds niet makkelijk wakker wordt, het ochtendhumeur nu binnen de perken blijft. In plaats van complete veldslagen blijft het bij een binnensmonds gemopper of een korte grom. Technologie helpt dus. Maar nu de lange nachten weer af nemen en de zon eerder verschijnt merk ik pas echt verschil. Ik word weer wakker!

Ondanks dat ik nooit met plezier voor half 10 mijn bed uit zal komen gaat het eindelijk weer beter. Zonder de energie uit mijn tenen te moeten trekken kan ik mijn bed uit. Maar nu vroeg ik me af, hoe doen anderen dat? Worden jullie wel gewoon wakker? Merk je ‘s ochtends  verschil met wakker worden, nu het eerder licht wordt? Ben ik de enige die voor half 10 al volledige veldslagen achter de rug heeft? Of zijn jullie toevallig allemaal ochtendmensen?

2 March 2010
By on 07:57
Pre-valentijnsweekend

20100218Vanwege valentijn wilden wij toch even het land uit. Alleen… Niet tijdens valentijn. Want dat was met carnaval, en met carnaval het land verlaten is een absolute no go voor mij. Dus werd het het weekend voor valentijn. 
Het weekend van 5-6-7 februari, dus.  Een locatie was ook vrij snel gekozen nadat we een megamooie aanbieding hadden gevonden. Luxemburg zou het worden. In het Hilton*****!

En nu kan ik natuurlijk vertellen hoe fijn het was om er eens lekker uit te zijn met z’n 2′tjes. Of ik kan vertellen hoe wij uren achtereen in het restaurant een vragenspelletjes hebben gespeeld. Hoe we hebben gelopen door Luxemburg-stad en hebben gereden door Luxemburg-land. Hoeveel kastelen we bekeken hebben en dat we ook nog lekker hebben geshopt…
Maar dat heb ik zojuist allemaal al gedaan.

Ik ga wel zeggen dat het erg koud was, maar dat dat helemaal niet zo erg was, omdat ik mijn persoonlijke kacheltje dichtbij me had. Dat we heel veel van Luxemburg hebben gezien, en tegelijk weer erg weinig, omdat het of wit van de sneeuw was (erg mooi) of wit van de mist/wolken (erg jammer). Dat veel foto’s weer meteen weg konden, omdat kastelen nueenmaal niet dichtbij staan en de mist dan foto’s helemaal verpest, maar dat we wel veel herinneringen mee nemen. En ik ga zeggen dat het maar een klein landje is dat Luxemburg. Klein, maar fijn! Ik ga aanraden om er ook eens naartoe te gaan, omdat het echt de moeite waard is om te bezoeken. Het is namelijk net een levens-echt Anton Pieck boek, waar je af en toe doorheen loopt/rijdt…

En ik ga zeggen dat ik het liefst volgende week weer een weekendje weg wil, lekker met z’n tweetjes!

18 February 2010
By on 13:16
Haar verhaal

Ik ben van het (haar)type dat veel vrouwen niet begrijpen.
Ik ben zo’n vrouw die niet bang is om naar de kapper te gaan. Ik knip het als ik zin heb. Ik verf het wanneer het mij uitkomt. Ik doe wat me leuk lijkt. Ik zou mijn hoofd scheren als ik een goede reden heb. Altijd al gezegd.Voor veel geld (genoeg om die lange reis van te maken bijv.) scheer ikmijn haar wel af. Groeit toch wel weer aan. Ik denk eerlijk gezegd dat mijn hoofd me dankbaar zou zijn. Alle ellende van vroeger eraf. Alle probeersels verleden tijd. Een nieuw tijdperk. Mijn haar heeft veel te lijden. Mijn haar kan ook wel veel hebben. Dat scheelt. Momenteel ben ik weer even terug bij af. Terug naar de basis. Maar in 5 jaar tijd heb ik veel gedaan met mijn haar. Veel geprobeerd met mijn haar:

20100122Toen ik nog jong was had ik altijd superstijl en lang haar, tot op mijn kont (ongeveer). Op een dag had ik het er volledig mee gehad, ben ik naar de kapper gegaan en ineens had ik nog maar haar tot op mijn schouders. Een mooi kapseltje, lekker vlot. Ja, zo zou ik het wel weer even volhouden. Maar langzaam ging mijn haar anders zitten. Het begon springerig te worden en het stijle veranderde in een slag. Niet leuke krulletjes, nee een paar slagen in mijn haar. Lelijke slagen. Weer terug naar de kapper dus. Zelfde kapseltje, maar weer wat korter. Maar het heeft nooit meer gezeten zoals daarvoor. Het bleef springerig en vol slagen.

Op een gegeven moment kwam straightner erg in. Het zou werken om je haar stijl te maken en te houden. Met zo’n chemisch goedje. Diverse pogingen gewaagd. Iedere 2 weken terug naar de kapper. Een paar uur in een chemisch goedje. Iedere keer leek mijn haar een beetje gladder te worden en iedere keer werd mijn bankrekening een beetje leger. Na een x aantal behandelingen vond de kapper het zelfs welletjes. Dit was eigenlijk niet de bedoeling. Ik zou eigenlijk na 1x gewoon stijl haar moeten hebben. Het zou niet gaan werken. Gewone straightner werkt bij mij niet. Stoppen met die behandelingen had snel resultaat. Springerig en vol slagen.

Daarna ben ik naar een black-kapper gegaan (voor afro- of kroeshaar) om ze te laten straighten. Weer zo’n chemisch goedje. Ik zei al meteen dat ze maar het sterkste spul moest pakken dat ze hadden, mijn haar zou het wel aankunnen. Zo gezegd zo gedaan, ondanks dat ze het er niet mee eens was. Dit was spul om zwart haar mee te ontkroesen, blond haar zou wegsmelten. Na het spul in mijn haren te hebben gesmeerd en een tijd in laten trekken ging het er weer uit. Wonderbaarlijk, al mijn haar zat er nog. Stijl! Jeuj!
Voor even. Want 2 dagen later was het weer als vanouds. Springerig en vol slagen.  Ik terug, uitleg vragen. In de salon waren ze oprecht verbaasd dat ik nog haar had, maar nog verbaasder dat het niet meer stijl was. Dat was nog nooit gebeurd. Dit spul werkte op de ergste kroesharen. Alleen, niet bij mij. Nog een poging mocht ook niet baten. Super-sterke-kroeshaar-straightner werkt bij mijn niet. Springerig en vol slagen.

Stijl werd het niet, dan maar krullen. Een tijdje later zat ik in de permanent. Grove krullen, dat is het plan. Krullen lukte wel. Maar mooie grove krullen? Het werden mini-pijpekrulletjes. En dat was niet echt charming! Eerst nog een tijdje wachten, want misschien zakken ze uit, maar uiteindelijk de onderkant er maar afgeknipt. Weer terug naar springerig en vol slagen.
Sindsdien heb ik diverse kapsels geprobeerd, van redelijk kort tot ruim over mijn schouders en vervolgens weer helemaal kort. Ik ben er niet het type voor om jaren met hetzelfde kapsel rond te wandelen, dat verveelt me. Alleen van kort naar lang, weer terug naar kort en dan weer lang begon ook wel te vervelen. En altijd springerig en vol slagen.

Het verven begon met knalrood, vanwege carnaval. Zo’n spoeling die na 6x wassen eruit zou moeten zijn. Maar op lichtblond is dat dus niet. Dus naar de kapper, weer terug naar blond. Toen lichtbruin. Daarna donkerbruin. Vervolgens na 14uur bij de kapper in de bleek, superlichtblond (denk Gwen Stefanie), daarna weer terug naar mijn eigen blond. Vervolgens de onderkant van mijn haar weer donkerbruin, want blond alleen was saai. Dat heb ik nog best lang vol kunnen houden. Alleen af en toe wat extra high- of lowlights. Altijd springerig en vol slagen.

Tussendoor heb ik nog heel wat stijltangen geprobeerd. Stijltangen die op stoom werken. Stijltangen met metalenplaten. Stijlföhn’s. Goedkope stijltangen. Minder goedkope stijltangen. Redelijk dure stijltangen. En bij de kapper zeiden ze het ook altijd. Probeer eens een stijltang. Jaja, blablabla. Eentje kreeg me weer eens zover dat ze mijn haar zou stijl met hun stijltang, gratis. Prima. Alsof die stijltang iets kan dat die anderen niet konden. Ja, dus. De perfect stijltang. Niet meer springerig en vol slagen. Gewoon stijl. De stijltang die mijn haar omtoverde tot prinsessenhaar. Engelenhaar. Perfect haar. Die stijltang koste maar liefst €150,-. Heel dure stijltang!  Maarja, ik heb wel meer uitgegeven aan het laten stijlmaken van mijn haar.

Toen ging ik naar Thailand. Kon ik eindelijk goedkoop dreadlocks laten zetten. Dus dat heb ik ook gedaan. En wat was ik trots. Op die superlange dreadlocks. Bijna tot op mijn kont, dankzij alle extensies. Maar ook wel zwaar. Al die extensies. Dus na een week de schaar erin. Korter. Minder zwaar.  Leuk.

Bij thuiskomst wilde iedereen natuurlijk die dreads zien. Ik niet. Ik verveelde me alweer. Ik wilde er alweer vanaf. Alleen, scheren? Nee dat niet. Niet dat ik niet durf. Maar het is zo zonde. Duurt zolang voordat het weer gegroeid is. Dus ik begon met plukken, pulken en nog meer plukken. Iedere dreadlock unlocken. Eruithalen. Stukvoorstukvoorstukvorstuk. Allemaal eruit. Want ik wil weer wat anders. Dreads zijn leuk. Anders dan anderen. Alleen weinig verandering voor mij.

Dankzij die dreads was ik heel wat haar kwijt. Natuurlijk uitgedund. Afgebroke, uitgetrokken, afgeknipt. Mijn eigen haar, alleen wat dunner. Maar wel mijn eigen kleur. Best leuk eigenlijk. Gewoon mijn eigen haar. Weer eens iets anders…
Voorlopig.

22 January 2010
By on 17:23
Het digitale begin van 2010

2010 begon rustig. Heel rustig, vanuit mijn kant.

Toen ik 2 jaar geleden ging samenwonen hadden wij 2 volledige huishoudens. Beide een auto, veel leuke gadgets en konden we kiezen welke meubels het beste combineerden. Samen hadden we 3 computers. 2 echte pc’s en een laptop. Ik had een leuk computertje uit 2004 en vriendlief had een groot bakbeest (uit 2000) en een laptop. Alle vaste computers zijn na het samenwonen, dankzij een overtuigend ‘dat moet niet in de woonkamer, da’s niet gezellig’ snel verbannen naar de "studeerkamer". Om vervolgens een beetje in verval te raken.

Tot, ergens eind 2009 de laptop een beetje lastig ging doen. Vastlopen, rare geluiden maken, vreemde blokjes in beeld en vervolgens niet meer opstarten. Ondanks diverse reanimatiepogingen van man des huizes wilde hij niet echt meer. Zelfs nadat we een echte computer-chirurg ernaar hebben laten kijken was er geen leven meer in te krijgen. RIP…

Een laptop van 2,5 jaar oud, waarvan het moederbord het begeeft is blijkbaar de moeite van het repareren niet meer waard. Maarja, met een goedwerkende, 2,5 oude laptop ga je de nieuwste ontwikkelingen niet volgen. Je hebt al een tijd niet meer in de gaten gehouden wat er aan bits, bytes en rare processor-dingen bedacht is. Dat doe je pas tegen de tijd dat het nodig is.
Ook al blijkt dat nu dus al te zijn…

Maar we hebben nog 2 computers!
En ook al zijn het ondertussen bijna relikwieën te noemen. Zij blijven het braaf doen.
Niet al te snel (de mijne).
En met een redelijk gebrek aan werkgeheugen (de mijne).
En zelfs met programma’s waarvan ik het bestaan niet meer wist (de zijne).
We hebben natuurlijk nog 2 officiële bakbeesten hier staan.

En, nadat we wat extra geheugen, een nieuwe virusscanner en nog een heleboel andere troep weer op het computertje hebben gedumpt blijkt het bakbeest het nog aardig te doen. Met een werkende CS3 (voor de niet-kenners: photoshop) en een redelijke internetverbinding wordt het misschien nog wel een plezier om op dit "museumstuk" te werken.

13 January 2010
By on 20:05
“Laura”

Ben ik nou de enige die zich groen en blauw loopt te irriteren aan Laura\Dekker. Dat 14-jarige meisje, dat in d’r uppie de wereld rond wil zeilenen, maar dat niet mag.
En vervolgens wegloopt.
Naar Sint Maarten!!!

Ik bedoel…
Kom op zeg.
Ik mocht op mijn 14e ook dingen niet. Zwaar onredelijk was dat natuurlijk. En dan was ik ook wel eens flink boos, waardoor ik dan wegliep van huis. Maar ik pakte niet het eerste vliegtuig naar Verweggistan. Ik ging gewoon in het parkje om de hoek zitten schuilen, en stiekem sigaretjes roken. Want dat mocht niet. En daarom deed ik het juist. Lekker dwars!
Flink puberen!

Maar hallo…
Kan IEMAND dat kind even tegen zichzelf in bescherming nemen? Hier gaat ze ooit vast spijt van krijgen.
Puberen is prima, maar moet dat dan op het nieuws? NATIE-WIJD? Met het vliegtuig weglopen, advocaten, rechters, en bureaujeugdzorg die zich ermee moeten bemoeien? En het nieuws dat daarmee aftrapt?
Ik bedoel…
Kom op zeg! Das toch niet normaal?

Of was ik destijds gewoon een vreselijk brave puber?

23 December 2009
By on 18:15
Vast dienstverband

In 2006 kreeg ik de felbegeerde titel Bachelor of Commerce toegewezen. Ik was student-af en stond voor een nieuwe toekomst in het bedrijfsleven. Helaas bleek dat allemaal veeeeel leuker te klinken dan het werkelijk was, want werken is simpelweg lang niet altijd leuk. Lange dagen op een kantoor, achter een computer is nu eenmaal niet de toekomst die je echt verwacht als je een grandioze carrière probeert voor te stellen. Daarnaast ben ik regelmatig van baas en werk geswitcht. En ook van bedrijfstak, trouwens. Want die financiële wereld trok me na een tijdje niet meer zo. En de logistiek werd hem ook al niet, met die economie van nu. En zo ben ik toevallig gerold naar waar ik nu ben beland…

En ik zal heus niet verkondigen dat dit dè droombaan is. Maar het is wel de eerste plek waar ik me echt fijn tussen mijn collega’s voel en waar ik met zo’n 5 maanden achter de rug me nog niet verveel, of op het werk uitgekeken ben. En dat is heel wat. En dat ik daarom vandaag (eindelijk…) een handtekening onder mijn contract heb gezet en een bloemetje in ontvangst heb genomen vind ik ook wel stoer.
Stoer ja!
Dat mogen jullie best weten.
Enne, thanx voor alle felicitaties!
Jullie hadden er af en toe meer vertrouwen in dan ik…

11 December 2009
By on 19:13
UWV vs. Egypte

Omdat het hier zo stil was dacht je zeker dat ik niets te vertellen heb.
Ja? Is niet.
Ik heb nieuws.
Groot nieuws.
Over mijn werk bij het UWV.
En eigenlijk is het heel leuk nieuws en wil ik het al een tijdje kwijt, hier.
Maar… Het is nog niet definitief.
Ik weet het zelf nu al ruim 2 weken, maar er is nog steeds niets definitief. En daarom heb ik dus nog niets gezegd. Want… niets getekend is niet definitief. En niet definitief is niet zeker. En niet zeker is…
Anyway.

Ik krijg een vast contract bij het UWV.
Per 1 december.
Blijkbaar.

Owja.
En ik ga ook nog op vakantie.
Luxe hè? Is ook.
Wanneer?
Euh… Vannacht?
Egypte, I’m on my way.

En op 1 december ben ik lekker nog steeds weg. Vandaar die onzekerheid!

25 November 2009
By on 12:34
Uitzendburo

Gisteren was ik mijn telefoon vergeten. Thuis laten liggen.
Vergeten. Kan gebeuren. Toen ik thuiskwam stond er een voicemail op. Beluisteren leverde het volgende bericht op:

"Goedemorgen Puck. Puck, jij bent sinds vorige week niet meer werkzaam bij het UWV. Nu hebben wij een mooie vacature voor je…"

Gisteren was ik mijn telefoon vergeten.
Thuis laten liggen.
Ik was aan het werk.
Bij het UWV…

EDIT:
Navraag bij mijn (UWV)manager bleek dat er niets aan de hand was (natuurlijk). Maar aangezien dit het eerste contact is geweest tussen mij en mijn uitzendburo sinds ik bij hen begonnen ben 3 maanden geleden, heb ik aangegeven dat ze eens orde op zaken moeten stellen…

30 October 2009
By on 07:10
Auto’tje

Wat was ik er blij mee… Een wit fiat puntootje. Mijn wit fiat puntootje. Mijn eerste echte auto’tje. In januari 2007 kocht ik mijn allereerste auto’tje. Inderdaad een wit fiat puntootje. Kon ik eindelijk overal naartoe. Lekker rondcrossen in mijn eigen bakkie. En gewoon met de auto naar mijn werk in plaats van het openbaar vervoer. Dat ik in korte tijd opdrachten in Oss en Nijmegen kreeg vond ik dus ook niet meer erg. Bij een volgende baan moest ik op en neer naar Breda. Ook nog met dat auto’tje. En hij deed het prima hoor. Hij bleef braaf rijden en bracht mij waar ik gaan moest. Tot ik dichterbij ging werken, toen stond ‘ie wat vaker stil. En dat was volgens mij toch een beetje teveel voor het bakkie. Het begon allemaal met kleine blessures. Dingen die snel gefixt en opgelapt waren. Maar na die blessures ging het niet lang goed. Daarna werden het grotere blessures en zelfs (tijdelijke) volledige invaliditeit. Totdat je (alweer) een dokter inschakelt met verstand van zaken. Een dokter die flink gaat opereren en je uiteindelijk verteld dat ‘ie het weer doet. " Loopt als een zonnetje". "Spint als een tevreden katje". Dan ga je natuurlijk met een gerust hart een maandje later richting APK. En dan staat je hart toch een beetje stil als je dan te horen krijgt dat er weer iets mis is. Iets waarvan de dokter nog niet kan zeggen waar het aan ligt. Iets met uitlaatgassen en richtlijnen en dat mijn puntootje niet meer de jongste is. En dat is dan toch best vervelend. Want ook al werk ik tegenwoordig op loopafstand en heeft vriendlief ook een auto die ik altijd kan gebruiken in geval van nood. Zo’n eigen auto’tje is toch eigenlijk best wel heel fijn. De vrijheid en de onafhankelijkheid. Ook al weet ik dat het eigenlijk belachelijk is dat wij 2 auto’s hebben, terwijl we er hoogstens 1,2 nodig hebben (heel soms worden ze tegelijk gebruikt) toch vind ik het maar niets dat ik nu mijn auo’tje moet gaan inleveren. Ook al is hij echt wel bejaard en bijna aan het einde van z’n latijn. Het is toch een auto’tje, mijn auto’tje. Mijn wit fiat puntootje.

22 October 2009
By on 06:54